Dat moet je aan m'n vrouw vragen

Valt er iets te proosten in Abcoude? Eddy Zoëy gaat op zoek en valt binnen bij Remco en zijn gezin.

Valt er nog iets te proosten in Abcoude?

Kijk, de deur staat wagenwijd open.

Hoe goed is dat.

Hai, goedendag!

Jij bent zo hard aan het werk.

O je hebt verwondingen zie ik.

Ja...

D'r moeten pleisters op.

Zeker. O nee.

Maar hè wat ben je aan het doen met je auto?

Want is 'ie stuk of je bent een bandje aan het wisselen.

Zomerbanden hè.

Ja de zomer komt er weer aan.

Dit ging even mis hier.

Ja dan moet je even met mijn vrouw praten.

Ook aan de andere kant trouwens,

moet de camera even kijken.

Wat is er gebeurd dan?

Ze zei o ja was dat het.

We gaan even bij de vrouw eh verhaal halen.

Kom.

Hoe heet je?

Remco, hoi.

Remco.

Goedendag allemaal!

Hallo. Nou kijk eens aan.

We zijn echt in een heel groot huis. Hallo ik ben Eddy Zoey, goedendag.

Hai, ja de wonden moeten even gelikt.

En jij bent?

Robin. Robin? Hai.

Hallo, dag meneer.

En ik ben opa.

Dag opa.

We moesten toch even vragen hoe die deuken nou allemaal in de auto kwamen.

Ja...

Ja wat is daar gebeurd?

Uhm.

Mama is stout geweest.

Maar wat heb je gedaan dan?

Ik heb geparkeerd in Amsterdam.

Ah nee dat zegt genoeg dan. Ja, ja...

Waren het van die Amsterdammertjes want die zitten niet zo hoog toch?

Nee, nee het was zo'n parkeergarage. Ken je dat?

Ja die ken ik.

Ja nou ja daar.

Had wel erger kunnen zijn jongens.

't is maar een auto.

Ik vind dat een hele goeie. kijk eens.

Hier alsjeblieft, eentje voor jou.

Nou lekker.

Eentje voor jou.

Kijk Jaap, voor jou eentje.

Don ook een voor jou.

Op dat het allemaal zo veel erger had kunnen zijn met de verwondingen.

En met die auto en die deuken van je vrouw.

Hè prutser.

Hee jongens op nu! Proost man.

Papa het lijkt alsof je bloed hebt.